Overzicht
Duits naar Engels:   Meer gegevens...
  1. Schlaf:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Schlaf (Duits) in het Engels

Schlaf:

Schlaf [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Schlaf
    the sleep
    • sleep [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Schlaf:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sleep Schlaf Energiesparmodus; Standbymodus; Winterschlaf
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sleep schlafen; schlummern

Synoniemen voor "Schlaf":


Wiktionary: Schlaf

Schlaf
noun
  1. (umgangssprachlich): verkrustete Tränenflüssigkeit, die sich oftmals am Morgen auf den carunculis lacrimalis, den Tränenwärzchen, findet
  2. Zustand der Ruhe eines Tieres oder Menschen
Schlaf
noun
  1. state of reduced consciousness
  2. informal: act or instance of sleeping
  3. substance found in the corner of the eyes / figurative objectification of sleep
  4. state or act of being asleep
adjective
  1. used for sleep; used to produce sleep

Cross Translation:
FromToVia
Schlaf sleep slaap — periode van inactiviteit
Schlaf sleep sommeil — État inconscient nécessaire à la vie. (Sens général).

Verwante vertalingen van Schlaf