Overzicht
Duits naar Engels:   Meer gegevens...
  1. gefroren:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor gefroren (Duits) in het Engels

gefroren:

gefroren bijvoeglijk naamwoord

  1. gefroren (eingefroren)
    frozen
    • frozen bijvoeglijk naamwoord
  2. gefroren (eingefroren)
    frosted; frozen; frozen up

Vertaal Matrix voor gefroren:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
frosted eingefroren; gefroren abständlich; beschlagen; dumpf; eingefroren; farblos; glanzlos; glasiert; grau; kühl; matt; mattiert; stumpf; trüb; trübe; zurückhaltend
frozen eingefroren; gefroren eingefroren; erstarrt; gekühlt; starr; versteift
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
frozen up eingefroren; gefroren eingefroren

Synoniemen voor "gefroren":

  • eisgekühlt

Wiktionary: gefroren

gefroren
adjective
  1. in the state of that which freezes