Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. Knäuel:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Knäuel (Duits) in het Spaans

Knäuel:

Knäuel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Knäuel (Knoten; Strähne; Knötchen; Dutt; Haarknoten)
    el moño
    • moño [el ~] zelfstandig naamwoord
  2. der Knäuel (strenges Garn; Wickel)
    la madeja; el ramal; el hilos de la madeja

Knäuel [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Knäuel
    la brochas; la borlas
    • brochas [la ~] zelfstandig naamwoord
    • borlas [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Knäuel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
borlas Knäuel groben Pinsel
brochas Knäuel
hilos de la madeja Knäuel; Wickel; strenges Garn
madeja Knäuel; Wickel; strenges Garn Bogenstrang; Chaos; Durcheinander; Dutt; Gewirr; Haarknoten; Knoten; Mischmasch; Sammelsurium; Unordnung; Verwirrung; Verworrenheit; Verwüstung; Wirbel; Wirrwarr
moño Dutt; Haarknoten; Knoten; Knäuel; Knötchen; Strähne Bürste; Flocke; Haarbürste; Haarschopf; Haarschöpfe; Hahnenkamm; Haube; Kamm; Knüppel; Tolle
ramal Knäuel; Wickel; strenges Garn Abzweigen; Anschlußbahn; Bogenstrang; Nebenstrecke; Wechsel; Zweigstrecke

Synoniemen voor "Knäuel":


Wiktionary: Knäuel


Cross Translation:
FromToVia
Knäuel bola ball — quantity of string, thread, etc., wound into a spherical shape
Knäuel ovillo kluwen — los om zichzelf opgewonden hoeveelheid wol, garen enz