Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. Parcours:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Parcours (Duits) in het Spaans

Parcours:

Parcours [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Parcours (Strecke)
    la etapa; el período; el momento; el tramo; el estadio; la fase; el trayecto
    • etapa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • período [el ~] zelfstandig naamwoord
    • momento [el ~] zelfstandig naamwoord
    • tramo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • estadio [el ~] zelfstandig naamwoord
    • fase [la ~] zelfstandig naamwoord
    • trayecto [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Parcours:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
estadio Parcours; Strecke Stadion
etapa Parcours; Strecke Ausflug; Entwicklungsphase; Gastspielreise; Phase; Spazierfahrt; Spritzfahrt; Stadium; Tour; Tournee
fase Parcours; Strecke Entwicklungsphase; Lichtgestalt; Phase; Stadium; Stufe; Workflowphase
momento Parcours; Strecke Minute; Zeitpunkt
período Parcours; Strecke Abschnitt; Entwicklungsphase; Epoche; Frist; Interim; Menstruation; Periode; Phase; Spanne; Stadium; Termin; Uhr; Unwohlsein; Weilchen; Zeit; Zeitabschnitt; Zeitalter; Zeitraum; Zeitspanne; Zwischenraum; Zwischenzeit
tramo Parcours; Strecke
trayecto Parcours; Strecke Ausflug; Gastspielreise; Spazierfahrt; Spritzfahrt; Strecke; Teilstrecke; Tour; Tournee

Synoniemen voor "Parcours":


Wiktionary: Parcours

Parcours
noun
  1. mit Hindernissen bestücken Strecke