Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Fazilität:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Fazilität (Duits) in het Nederlands

Fazilität:

Fazilität [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Fazilität (Komfort)
    de faciliteit

Vertaal Matrix voor Fazilität:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
faciliteit Fazilität; Komfort Raum

Wiktionary: Fazilität

Fazilität
noun
  1. Wirtschaft/Finanzwesen: eine Erleichterung der Kreditbedingungen für einen Kunden
Fazilität
noun
  1. een voordeel