Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Frischling:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Frischling (Duits) in het Nederlands

Frischling:

Frischling [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Frischling (Spanferkel)
    het speenvarken

Vertaal Matrix voor Frischling:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
speenvarken Frischling; Spanferkel

Synoniemen voor "Frischling":


Wiktionary: Frischling

Frischling
noun
  1. Jägersprache: Wildschwein, das höchstens ein Jahr alt ist
    • Frischlingbig
Frischling
noun
  1. een jong van het varken

Cross Translation:
FromToVia
Frischling everzwijn; wild zwijn wild boarSus scrofa