Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Material:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Material (Duits) in het Nederlands

Material:

Material [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Material (Grundstoff; Rohstoff; Grundmaterial)
    de grondstof; het materiaal; de bouwstof
  2. Material
    het materieel

Vertaal Matrix voor Material:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bouwstof Grundmaterial; Grundstoff; Material; Rohstoff
grondstof Grundmaterial; Grundstoff; Material; Rohstoff Rohstoff
materiaal Grundmaterial; Grundstoff; Material; Rohstoff Benötigte; Erforderliche; Zeug
materieel Material
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
materieel materiell; stofflich

Synoniemen voor "Material":


Wiktionary: Material

Material
noun
  1. Technik: Sammelbegriff für Rohstoffe, Werkstoffe, Halbzeuge, Hilfsstoffe, Betriebsstoffe, Teile und Gruppen, aus denen etwas hergestellt wird
  2. einzelne Dinge, die als Mittel oder Unterlage zu etwas dienen

Cross Translation:
FromToVia
Material materiaal material — text
Material grondstof; materiaal material — matter
Material grondstof; materiaal; materieel matériau — À trier

Verwante vertalingen van Material