Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. aneinander:


Duits

Uitgebreide vertaling voor aneinander (Duits) in het Nederlands

aneinander:

aneinander bijvoeglijk naamwoord

  1. aneinander (zusammen)
    aaneen
  2. aneinander (aufeinander; zusammen)
    opeen

Vertaal Matrix voor aneinander:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aaneen aneinander; zusammen
opeen aneinander; aufeinander; zusammen