Duits

Uitgebreide vertaling voor herb (Duits) in het Nederlands

herb:

herb bijvoeglijk naamwoord

  1. herb (laut; hart; schnell; )
    hard; luid; hardop
    • hard bijvoeglijk naamwoord
    • luid bijvoeglijk naamwoord
    • hardop bijwoord
  2. herb (sauer schmeckend; sauer)
    zuur smakend; zuur; wrang
  3. herb
    sec
    • sec bijvoeglijk naamwoord
  4. herb (bitter; bitterlich)
    bitter; bitterachtig
  5. herb (bitter; bitterlich)
    zuur; bitter; galachtig
  6. herb (unbewacht; trocken; unvorsichtig; unbedeckt; ungedeckt)
    onbewaakt
  7. herb (ohrenbetäubend; laut; schwierig; )
    oorverdovend; keihard
  8. herb (säuerlich)
    rins; zurig
    • rins bijvoeglijk naamwoord
    • zurig bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor herb:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
zuur Gurken und Zwiebel im Essig; Säure
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bitter bitter; bitterlich; herb aufgebracht; bitter; böse; erzürnt; geladen; sauer; sehr böse; wütend; ärgerlich
galachtig bitter; bitterlich; herb
hard fest; gefühllos; geräuschvoll; hart; herb; hörbar; kaltblütig; laut; lauthals; lautstark; lärmend; sauer; schnell; schrill; schwierig; steif; streng; tosend; unsanft anzüglich; blitzschnell; brutal; emotielos; gellend; geräuschvoll; gewaltsam; gewalttätig; grell; grob; haarig; hartherzig; herzlos; höllisch; laut; lautstark; lärmend; mit hoher Geschwindigkeit; mitleidslos; rauh; roh; rücksichtslos; rüde; schrill; schroff; unbarmherzig; unberührt; unsanft; unzart; wild
keihard eisenhart; eisenstark; eisern; gefühllos; hart; herb; hörbar; laut; ohrenbetäubend; schrill; schwierig; stahlhart; streng; unsanft blitzschnell; eisenhart; eisenstark; glashart; hart; knallhart; mit hoher Geschwindigkeit; stahlhart; steinhart
luid fest; gefühllos; geräuschvoll; hart; herb; hörbar; kaltblütig; laut; lauthals; lautstark; lärmend; sauer; schnell; schrill; schwierig; steif; streng; tosend; unsanft aus vollem Halse; aus voller Kehle; geräuschvoll; laut; lauthals; lautstark; lärmend; lärmig
onbewaakt herb; trocken; unbedeckt; unbewacht; ungedeckt; unvorsichtig
oorverdovend eisenhart; eisenstark; eisern; gefühllos; hart; herb; hörbar; laut; ohrenbetäubend; schrill; schwierig; stahlhart; streng; unsanft
rins herb; säuerlich
sec herb
wrang herb; sauer; sauer schmeckend
zurig herb; säuerlich
zuur bitter; bitterlich; herb; sauer; sauer schmeckend
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hardop fest; gefühllos; geräuschvoll; hart; herb; hörbar; kaltblütig; laut; lauthals; lautstark; lärmend; sauer; schnell; schrill; schwierig; steif; streng; tosend; unsanft
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bitterachtig bitter; bitterlich; herb
zuur smakend herb; sauer; sauer schmeckend

Synoniemen voor "herb":


Wiktionary: herb


Cross Translation:
FromToVia
herb zwaar; wreed harsh — severe or cruel
herb wrang; zuur tart — with sharp taste, sour
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend acerbe — Qui est d’un goût âpre, se dit d’un vin acide, dur et âpre
herb guur; scherp; snerpend; snijdend; vlijmend; hatelijk; bijtend; doordringend; fel; schel; schril; zuur aigre — Qui a une saveur acide et amère provoquant un sentiment désagréable.
herb schril; schel; snerpend; hatelijk; acuut; helder; scherp; bijtend; doordringend; fel; guur aigu — Qui a un aspect pointu, tranchant, voire déchirer.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend coupant — Qui couper.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend cuisant — Qui produire une douleur âpre et aiguë.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend; fijn; spitsvondig; subtiel; ad rem; geestig; gevat; snedig; gekuist findélié, menu, mince ou étroit.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend incisif — Qui couper ou qui est propre à couper.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend mordant — didact|fr Qui mordre.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend; bits; snibbig perçant — Qui percer, qui pénétrer.
herb pikant; guur; scherp; snerpend; snijdend; vlijmend; kruidig; prikkelend; hatelijk; bijtend; doordringend; fel; schel; schril piquant — Qui piquer.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend; puntig; spits; vooruitstrevend pointu — Qui se termine en pointe
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend pénétrant — Qui pénétrer.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend; merkwaardig; opmerkelijk; op de voorgrond tredend; prominent; uitstekend; vooruitstekend saillant — Qui avancer, qui sortir en dehors.
herb bitter; bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend âcre — Qui a quelque chose de piquant et d’irritant.
herb bijtend; doordringend; fel; guur; schel; scherp; schril; snerpend âpre — Qui, par sa rudesse ou son âcreté, produit une sensation désagréable aux organes du toucher, de l’ouïe ou du goût.