Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. läufig:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor läufig (Duits) in het Nederlands

läufig:

läufig bijvoeglijk naamwoord

  1. läufig (brünstig)
    loops; krols; bronstig

Vertaal Matrix voor läufig:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bronstig brünstig; läufig
krols brünstig; läufig
loops brünstig; läufig

Synoniemen voor "läufig":


Wiktionary: läufig

läufig
adjective
  1. paarungsbereit (bei Hunden)