Duits

Uitgebreide vertaling voor Gitter (Duits) in het Nederlands

Gitter:

Gitter [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Gitter (Zaun; Umzäunung; Gatter; )
    de afscheiding; het hekwerk; het hek
    • afscheiding [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • hekwerk [het ~] zelfstandig naamwoord
    • hek [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. Gitter (Drahtgitter; Gitterwerk; Vergitterung; )
    de rooster; de raster; het rasterwerk; de rastering
    • rooster [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • raster [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • rasterwerk [het ~] zelfstandig naamwoord
    • rastering [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  3. Gitter (Stange; Stab; Gitterwerk; Vergitterung; Gitterstab)
    de tralie; de stijl; de spijl
    • tralie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • stijl [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • spijl [de ~] zelfstandig naamwoord
  4. Gitter (Bratrost; Rost; Feuerrost)
    de rooster; braadrooster
  5. Gitter (Gitterzaun; Gittertür; Gitterzäune)
    het traliehek; de traliedeur
  6. Gitter (Gitterwerk; Vergitterung)
    het traliewerk; de spijlen; de traliën
    • traliewerk [het ~] zelfstandig naamwoord
    • spijlen [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • traliën [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
  7. Gitter
    slot en grendel

Vertaal Matrix voor Gitter:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afscheiding Abtrennung; Drahtgitter; Einzäunung; Gatter; Gitter; Gitterzaun; Umzäunung; Vergitterung; Zaun Absonderung; Abspaltung; Abtrennung; Ausscheidung; Eiter; Glaubensspaltung; Isolierung; Schisma; Spaltung; Trennung
braadrooster Bratrost; Feuerrost; Gitter; Rost
hek Abtrennung; Drahtgitter; Einzäunung; Gatter; Gitter; Gitterzaun; Umzäunung; Vergitterung; Zaun
hekwerk Abtrennung; Drahtgitter; Einzäunung; Gatter; Gitter; Gitterzaun; Umzäunung; Vergitterung; Zaun Gitterumzäunung; Umgitterung; Vergitterung
raster Drahtgitter; Gitter; Gitterumzäunung; Gitterwerk; Gitterzaun; Umgitterung; Vergitterung Raster; Umzäunung
rastering Drahtgitter; Gitter; Gitterumzäunung; Gitterwerk; Gitterzaun; Umgitterung; Vergitterung Raster; Umzäunung
rasterwerk Drahtgitter; Gitter; Gitterumzäunung; Gitterwerk; Gitterzaun; Umgitterung; Vergitterung Gitterumzäunung; Umgitterung; Vergitterung
rooster Bratrost; Drahtgitter; Feuerrost; Gitter; Gitterumzäunung; Gitterwerk; Gitterzaun; Rost; Umgitterung; Vergitterung Arbeitsordnung; Arbeitsplan; Dienstordnung; Dienstplan; Schulplan; Stundenplan; Zeiteinteilung
slot en grendel Gitter
spijl Gitter; Gitterstab; Gitterwerk; Stab; Stange; Vergitterung
spijlen Gitter; Gitterwerk; Vergitterung Raster; Umzäunung
stijl Gitter; Gitterstab; Gitterwerk; Stab; Stange; Vergitterung Formatvorlage; Lebensführung; Lebensstil; Lebensweise; Stil
tralie Gitter; Gitterstab; Gitterwerk; Stab; Stange; Vergitterung
traliedeur Gitter; Gittertür; Gitterzaun; Gitterzäune
traliehek Gitter; Gittertür; Gitterzaun; Gitterzäune
traliewerk Gitter; Gitterwerk; Vergitterung
traliën Gitter; Gitterwerk; Vergitterung
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
traliën vergittern
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
raster Raster
rooster Arbeitszeittabelle

Synoniemen voor "Gitter":


Wiktionary: Gitter


Cross Translation:
FromToVia
Gitter raster grid — rectangular array of squares or rectangles of equal size
Gitter kristalrooster; rooster lattice — a regular spacing or arrangement of geometric points