Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Nachbarn:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Nachbarn (Duits) in het Nederlands

Nachbarn:

Nachbarn [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Nachbarn (Umwohnenden)
    de buren; de wijkbewoners; de omwonenden

Vertaal Matrix voor Nachbarn:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
buren Nachbarn; Umwohnenden
omwonenden Nachbarn; Umwohnenden
wijkbewoners Nachbarn; Umwohnenden

Verwante vertalingen van Nachbarn