Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. enganliegend:


Duits

Uitgebreide vertaling voor enganliegend (Duits) in het Nederlands

enganliegend:

enganliegend bijvoeglijk naamwoord

  1. enganliegend (hauteng; knapp; straff; prall)
    nauwsluitend; strak; nauw
  2. enganliegend (knapp bei Kasse sein; knapp; prall; )
    krap bij kas

Vertaal Matrix voor enganliegend:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
nauw enganliegend; hauteng; knapp; prall; straff eng; knapp; mit wenig Platz; schmal
nauwsluitend enganliegend; hauteng; knapp; prall; straff
strak enganliegend; hauteng; knapp; prall; straff eben; egal; erstarrt; flach; gleich; platt; starr; starrköpfig; steif; stramm; stramm gespannen; unbeugsam
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
krap bij kas enganliegend; hauteng; klamm sein; knapp; knapp bei Kasse sein; prall; straff