Duits

Uitgebreide vertaling voor lehmig (Duits) in het Nederlands

lehmig:

lehmig bijvoeglijk naamwoord

  1. lehmig
    lemen
    • lemen bijvoeglijk naamwoord
  2. lehmig
    kleiachtig; leemachtig
  3. lehmig (erdig; schlammig; tonig)
    grondachtig; leemachtig
  4. lehmig (schlammig; sumpfig; trübe; tonig)
    modderig; drassig; pruttig; baggerig; slibberig; slijkerig; drabbig; slibachtig

Vertaal Matrix voor lehmig:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
drabbig lehmig; schlammig; sumpfig; tonig; trübe schlammig; trüb; trübe
drassig lehmig; schlammig; sumpfig; tonig; trübe morastig; sumpfig
kleiachtig lehmig
leemachtig erdig; lehmig; schlammig; tonig
lemen lehmig
modderig lehmig; schlammig; sumpfig; tonig; trübe
slibberig lehmig; schlammig; sumpfig; tonig; trübe
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
baggerig lehmig; schlammig; sumpfig; tonig; trübe
grondachtig erdig; lehmig; schlammig; tonig
pruttig lehmig; schlammig; sumpfig; tonig; trübe
slibachtig lehmig; schlammig; sumpfig; tonig; trübe
slijkerig lehmig; schlammig; sumpfig; tonig; trübe