Duits

Uitgebreide vertaling voor stärken (Duits) in het Nederlands

stärken:

stärken werkwoord (stärke, stärkst, stärkt, stärkte, stärktet, gestärkt)

  1. stärken
    aansterken
    • aansterken werkwoord (sterk aan, sterkt aan, sterkte aan, sterkten aan, aangesterkt)
  2. stärken (intensivieren; verstärken; verschärfen)
    versterken; intensiveren; aanscherpen; toespitsen; verhevigen
    • versterken werkwoord (versterk, versterkt, versterkte, versterkten, versterkt)
    • intensiveren werkwoord (intensiveer, intensiveert, intensiveerde, intensiveerden, geïntensiveerd)
    • aanscherpen werkwoord
    • toespitsen werkwoord (spits toe, spitst toe, spitste toe, spitsten toe, toegespitst)
    • verhevigen werkwoord (verhevig, verhevigt, verhevigde, verhevigden, verhevigd)
  3. stärken (versteifen; eindicken)
    stijven; stijf maken
    • stijven werkwoord (stijf, stijft, steef, steven, gesteven)
    • stijf maken werkwoord (maak stijf, maakt stijf, maakte stijf, maakten stijf, stijf gemaakt)

Conjugations for stärken:

Präsens
  1. stärke
  2. stärkst
  3. stärkt
  4. stärken
  5. stärkt
  6. stärken
Imperfekt
  1. stärkte
  2. stärktest
  3. stärkte
  4. stärkten
  5. stärktet
  6. stärkten
Perfekt
  1. habe gestärkt
  2. hast gestärkt
  3. hat gestärkt
  4. haben gestärkt
  5. habt gestärkt
  6. haben gestärkt
1. Konjunktiv [1]
  1. stärke
  2. stärkest
  3. stärke
  4. stärken
  5. stärket
  6. stärken
2. Konjunktiv
  1. stärkte
  2. stärktest
  3. stärkte
  4. stärkten
  5. stärktet
  6. stärkten
Futur 1
  1. werde stärken
  2. wirst stärken
  3. wird stärken
  4. werden stärken
  5. werdet stärken
  6. werden stärken
1. Konjunktiv [2]
  1. würde stärken
  2. würdest stärken
  3. würde stärken
  4. würden stärken
  5. würdet stärken
  6. würden stärken
Diverses
  1. stärk!
  2. stärkt!
  3. stärken Sie!
  4. gestärkt
  5. stärkend
1. ich, 2. du, 3. er/sie/es, 4. wir, 5. ihr, 6. sie/Sie

Vertaal Matrix voor stärken:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanscherpen intensivieren; stärken; verschärfen; verstärken anschärfen; anspitzen
aansterken stärken
intensiveren intensivieren; stärken; verschärfen; verstärken
stijf maken eindicken; stärken; versteifen
stijven eindicken; stärken; versteifen
toespitsen intensivieren; stärken; verschärfen; verstärken
verhevigen intensivieren; stärken; verschärfen; verstärken
versterken intensivieren; stärken; verschärfen; verstärken bekräftigen; verstärken

Synoniemen voor "stärken":


Wiktionary: stärken

stärken
verb
  1. sterker maken

Cross Translation:
FromToVia
stärken versterken strengthen — to make strong or stronger
stärken bezielen; tot leven wekken strengthen — to animate
stärken versterken; bekrachtigen; ondersteunen; onderbouwen corroborer — (figuré) fortifier.