Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Frischling:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Frischling (Duits) in het Zweeds

Frischling:

Frischling [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Frischling (Spanferkel)
    spädgris; digris

Vertaal Matrix voor Frischling:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
digris Frischling; Spanferkel
spädgris Frischling; Spanferkel

Synoniemen voor "Frischling":


Wiktionary: Frischling

Frischling
noun
  1. veraltet: Jungtier (allgemein)
  2. veraltet: halbwüchsiges Mädchen
  3. (umgangssprachlich) scherzhaft: Neuling
  4. Jägersprache: Wildschwein, das höchstens ein Jahr alt ist

Cross Translation:
FromToVia
Frischling vildsvin wild boarSus scrofa