Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Baß:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Bass (Duits) in het Zweeds

Bass:


Synoniemen voor "Bass":

  • Stimmlage

Wiktionary: Bass

Bass
noun
  1. Lautsprecher für tieffrequente Schallwellen
  2. Musikinstrument
  3. der Frequenzbereich zwischen 0 und 80 (100) Hz
  4. tiefste Stimme des musikalischen Gefüges
  5. tiefe Singstimme bei Männern
  6. Sänger mit Bass[1]

Baß:

Baß [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Baß (Kontrabaß)
    ståfela; kontrabas; basfiol

Vertaal Matrix voor Baß:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
basfiol Baß; Kontrabaß Altgeige
kontrabas Baß; Kontrabaß
ståfela Baß; Kontrabaß