Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Abschrift:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Abschrift (Duits) in het Zweeds

Abschrift:

Abschrift [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Abschrift
    kopia; avskrift; duplikat
    • kopia [-en] zelfstandig naamwoord
    • avskrift [-en] zelfstandig naamwoord
    • duplikat [-ett] zelfstandig naamwoord
  2. die Abschrift
    avskrift
  3. die Abschrift (Duplikat; Kopie; Nachbildung; )
    kopia; duplikat
    • kopia [-en] zelfstandig naamwoord
    • duplikat [-ett] zelfstandig naamwoord
  4. die Abschrift (Fotokopie)
    kopia; stencil; fotokopia; duplikat
    • kopia [-en] zelfstandig naamwoord
    • stencil [-en] zelfstandig naamwoord
    • fotokopia [-en] zelfstandig naamwoord
    • duplikat [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Abschrift:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avskrift Abschrift Aufzeichnung; Duplikat; Kopie; Manuskript
duplikat Abschrift; Doppel; Duplikat; Fotokopie; Kopie; Nachbildung; Vervielfältigung; Zweitschrift Duplikat; Kopie
fotokopia Abschrift; Fotokopie
kopia Abschrift; Doppel; Duplikat; Fotokopie; Kopie; Nachbildung; Vervielfältigung; Zweitschrift Cc; Duplikat; Exempel; Exemplar; Kopie; Manuskript
stencil Abschrift; Fotokopie Form; Gießform; Gußform; Schablone

Synoniemen voor "Abschrift":


Wiktionary: Abschrift

Abschrift
noun
  1. durch Abschreiben erzeugte Kopie eines Schriftstücks