Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Fruchtfleisch:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Fruchtfleisch (Duits) in het Zweeds

Fruchtfleisch:

Fruchtfleisch [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Fruchtfleisch (Brei)
    fruktkött

Vertaal Matrix voor Fruchtfleisch:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fruktkött Brei; Fruchtfleisch Brei; Mus

Synoniemen voor "Fruchtfleisch":

  • Fruchtmark; Mark; Pflanzenteil; Teil einer Pflanze

Wiktionary: Fruchtfleisch

Fruchtfleisch
noun
  1. pflanzliches Zellgewebe, das die Samen zur besseren Verbreitung umhüllt