Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Geleit:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Geleit (Duits) in het Zweeds

Geleit:

Geleit [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Geleit (Begleitung)
    följe; kavaljer; eskortera; eskort
    • följe [-ett] zelfstandig naamwoord
    • kavaljer [-en] zelfstandig naamwoord
    • eskortera [-en] zelfstandig naamwoord
    • eskort [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Geleit:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
eskort Begleitung; Geleit
eskortera Begleitung; Geleit
följe Begleitung; Geleit Aufzug; Hausmeister; Konvoi; Prozession; Suite; Umzug
kavaljer Begleitung; Geleit
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
eskortera begleiten; geleiten; hereinbringen; hereinholen; herumführen; mitgehen

Synoniemen voor "Geleit":


Wiktionary: Geleit

Geleit
noun
  1. begleitende Worte
  2. Personen, die geleiten, begleiten
  3. Begleitung zum Schutz oder zur Ehre

Cross Translation:
FromToVia
Geleit ackompanjemang accompagnementaction d’accompagner, surtout dans certaines cérémonies.

Verwante vertalingen van Geleit