Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Schuppe:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Schuppe (Duits) in het Zweeds

Schuppe:

Schuppe [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Schuppe
    fjäll; fiskfjäll
  2. die Schuppe (Abblätterung)
    flaga av
  3. die Schuppe (Haarlocke; Schwung; Locke; )
    hårlock

Vertaal Matrix voor Schuppe:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fiskfjäll Schuppe
fjäll Schuppe Hochgebirge; Kalkablagerung
flaga av Abblätterung; Schuppe
hårlock Haarlocke; Kringel; Locke; Schnecke; Schnitzel; Schnörkel; Schuppe; Schwung; Span; Spirale; Splitter; Welle Ausläufer; Haarbüschel; Haarlocke; Haarschopf; Haarschöpfe; Haarsträhne; Kreislein; Kreisschen; Locke; Löckchen; Ranke; Sproß; Strähne; Tolle; Trieb; Zirkelchen

Wiktionary: Schuppe

Schuppe
noun
  1. kleines abgeschilfertes Hornplättchen der menschlichen Haut
  2. regelmäßig geformte Platte aus Horn o. Ä. als Bestandteil der Haut vieler Tiere

Cross Translation:
FromToVia
Schuppe fjäll schub — een van meerdere overlappende plaatjes van keratine die aan een kant vastzitten en zo een oppervlak bedekken
Schuppe fjäll scale — keratin pieces covering the skin of certain animals
Schuppe fjäll écaille — Petites lames minces et plates qui couvrir la peau de certains poissons et de certains reptiles.

Schüppe:


Synoniemen voor "Schüppe":


Wiktionary: Schüppe


Cross Translation:
FromToVia
Schüppe skyffel; skovel; spade shovel — tool for moving portions of material