Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Spaltung:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Spaltung (Duits) in het Zweeds

Spaltung:

Spaltung [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Spaltung (Ruptur; Schisma)
    spricka; ruptur
    • spricka [-en] zelfstandig naamwoord
    • ruptur zelfstandig naamwoord
  2. die Spaltung (Zerteilung)
    spaltning

Spaltung [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Spaltung (Glaubensspaltung; Schisma)
    religiös konflikt
  2. Spaltung (Glaubenskonflikt; Schisma; Glaubensspaltung)
    schism; religiös konflikt

Vertaal Matrix voor Spaltung:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
religiös konflikt Glaubenskonflikt; Glaubensspaltung; Schisma; Spaltung Glaubenskrieg
ruptur Ruptur; Schisma; Spaltung
schism Glaubenskonflikt; Glaubensspaltung; Schisma; Spaltung
spaltning Spaltung; Zerteilung
spricka Ruptur; Schisma; Spaltung Aussparung; Bruch; Ermangelung; Felsspalte; Hinfälligkeit; Kluft; Koryphäe; Kränklichkeit; Mangel; Manko; Riß; Schwachheit; Schwäche; Spalt; Spalte; Sprung; Zwischenraum
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
spricka aufhacken; bersten; dekodieren; ein krackendes Gelaut machen; entschlüsseln; entziffern; explodieren; platzen; spleißen; splissen; zerhacken; zerspringen

Synoniemen voor "Spaltung":


Computer vertaling door derden:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor Spaltung (Zweeds) in het Duits

Spaltung: (*Woord en zin splitter gebruikt)

Computer vertaling door derden: