Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. verlauf:
  2. Verlauf:
  3. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Verlauf (Duits) in het Zweeds

verlauf:

verlauf bijvoeglijk naamwoord

  1. verlauf
    runda; rundat
    • runda bijvoeglijk naamwoord
    • rundat bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor verlauf:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
runda Partie; Rund machen; Runde; Runden; Spiel; Spielchen
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
runda verlauf aufgebauscht; aufgedunsen; ausgestopft; gespannt; gewölbt; prall; rund
rundat verlauf aufgebauscht; aufgedunsen; ausgestopft; gespannt; gewölbt; prall; rund

Verlauf:

Verlauf [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Verlauf (Fortgang; Fortschritt; Entwicklung; Progression; Fortgänge)
    framsteg
  2. der Verlauf (Hergang)
    förlopp
  3. der Verlauf
    tidigare

Vertaal Matrix voor Verlauf:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
framsteg Entwicklung; Fortgang; Fortgänge; Fortschritt; Progression; Verlauf Vorschüsse
förlopp Hergang; Verlauf
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tidigare Verlauf davor; eher; früher; in vergangener Zeit; vorher

Synoniemen voor "Verlauf":


Wiktionary: Verlauf


Cross Translation:
FromToVia
Verlauf historik; logg history — computing: record of previous user events