Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Zufuhr:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Zufuhr (Duits) in het Zweeds

Zufuhr:

Zufuhr [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Zufuhr (Anfuhr)
    tillgång; förråd; lager; anslag
    • tillgång [-en] zelfstandig naamwoord
    • förråd [-ett] zelfstandig naamwoord
    • lager [-ett] zelfstandig naamwoord
    • anslag [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Zufuhr:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
anslag Anfuhr; Zufuhr Anschlag; Anschlagzettel; Aushang; Plakat; Poster; Zuteilung
förråd Anfuhr; Zufuhr Depots; Vorräte
lager Anfuhr; Zufuhr Belag; Bestand; Deponie; Depot; Depots; Geschäft; Geschäfte; Großhandelsgebäude; Güterschuppen; Inventar; Kaufhaus; Lager; Lagerhaus; Lagerhäuser; Lagerpaltz; Lagerplatz; Lagerraum; Magazin; Magazine; Niederlage; Sammelplatz; Schicht; Schäfte; Speicher; Vorratslager; Warenbestand; Warenhaus; Warenlager
tillgång Anfuhr; Zufuhr Aktiva; Anlage; Anordnung; Beschluß; Bestand; Entschluß; Erlaß; Hilfsquelle; Posten; Verfügbarkeit; Verordnung
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
lager Aufbewahrungsort

Synoniemen voor "Zufuhr":