Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. abbilden:
  2. Abbilden:
  3. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor abbilden (Duits) in het Zweeds

abbilden:

abbilden werkwoord

  1. abbilden (portrettieren; zeichnen; malen; darstellen)
    måla av; avbilda; porträttera
    • måla av werkwoord (målar av, målade av, målat av)
    • avbilda werkwoord (avbildar, avbildade, avbildat)
    • porträttera werkwoord (porträtterar, porträtterade, porträtterat)
  2. abbilden (beschreiben; umschreiben; skizzieren; )
    beskriva; teckna; skildra
    • beskriva werkwoord (beskriver, beskrev, beskrivit)
    • teckna werkwoord (tecknar, tecknade, tecknat)
    • skildra werkwoord (skildrar, skildrade, skildrat)

Vertaal Matrix voor abbilden:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avbilda abbilden; darstellen; malen; portrettieren; zeichnen ausmalen; darstellen; duplizieren; schildern
beskriva abbilden; beschreiben; darstellen; entwerfen; schildern; skizzieren; umschreiben benachrichtigen; beschreiben; bezeichnen; charakterisieren; erklären; erzählen; kennzeichnen; markieren; mitteilen; schildern; wiedergeben
måla av abbilden; darstellen; malen; portrettieren; zeichnen
porträttera abbilden; darstellen; malen; portrettieren; zeichnen ausdrücken; ausmalen; darstellen; wiedergeben
skildra abbilden; beschreiben; darstellen; entwerfen; schildern; skizzieren; umschreiben benachrichtigen; darstellen; erzählen; mitteilen; schildern
teckna abbilden; beschreiben; darstellen; entwerfen; schildern; skizzieren; umschreiben darstellen; schildern

Synoniemen voor "abbilden":


Wiktionary: abbilden

abbilden
verb
  1. (transitiv) etwas visuell darstellen oder zeigen, etwa auf einem Foto oder in einer Zeichnung

Cross Translation:
FromToVia
abbilden kartlägga map — to create a visual representation of a territory
abbilden beskriva; leka; spela; uttrycka représenterprésenter de nouveau.

Abbilden:

Abbilden [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Abbilden (Abbildung; Bild; Porträt; Bildnis; Konterfei)
    bild; portrett
    • bild [-en] zelfstandig naamwoord
    • portrett zelfstandig naamwoord
  2. Abbilden (Abmalen)
    framställande; avmålning

Vertaal Matrix voor Abbilden:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avmålning Abbilden; Abmalen
bild Abbilden; Abbildung; Bild; Bildnis; Konterfei; Porträt Abbildung; Bild; Bilder; Bildnis; Darstellung; Digitalbild; Gemälde; Grabfigur; Grafik; Illustrationen; Image; Malerei; Schönheit; Vision
framställande Abbilden; Abmalen Eikleidung; Vorstellungsweise
portrett Abbilden; Abbildung; Bild; Bildnis; Konterfei; Porträt