Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. grätig:
  2. Wiktionary:
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. gråtig:


Duits

Uitgebreide vertaling voor grätig (Duits) in het Zweeds

grätig:

grätig bijvoeglijk naamwoord

  1. grätig (voller Gräten)
    benig; benigt
    • benig bijvoeglijk naamwoord
    • benigt bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor grätig:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
benig grätig; voller Gräten ausgemergeld; beinartig; dürr; grobknochig; hager; knochenartig; knochig; knöchern; spindeldürr
benigt grätig; voller Gräten abgemagert; ausgemergeld; ausgezehrt; beinartig; grobknochig; knochenartig; knochig; knöchern; nur noch Haut und Knochen; spindeldürr

Wiktionary: grätig

grätig
adjective
  1. von Fischen: voller Gräten
  2. von Menschen: mürrisch, schlecht gelaunt
    • grätigsur



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor grätig (Zweeds) in het Duits

gråtig:

gråtig bijvoeglijk naamwoord

  1. gråtig (gråtigt)
    tranig
    • tranig bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor gråtig:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tranig gråtig; gråtigt