Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. marschieren:


Duits

Uitgebreide vertaling voor marschieren (Duits) in het Zweeds

marschieren:


Synoniemen voor "marschieren":

  • im Gleichschritt gehen; in Reih und Glied gehen

Wiktionary: marschieren

marschieren
  1. (intransitiv): in schnellerem Tempo eine längere Strecke zu Fuß zurücklegen
  2. (intransitiv): in geschlossener Reihe (und gleichem Schritt) gehen

Cross Translation:
FromToVia
marschieren tåga; marschera march — walk with long, regular strides
marschieren ; vandra; trampa; följa; gå ihop; lura sig; avancera; tåga; marschera; vara i gång; utveckla sig marcher — Se déplacer par un mouvement alternatif des jambes ou des pattes, en ayant toujours un appui au sol.