Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Bruchstück:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Bruchstück (Duits) in het Zweeds

Bruchstück:

Bruchstück [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Bruchstück
    vrakgods; vrakdel
    • vrakgods [-ett] zelfstandig naamwoord
    • vrakdel [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Bruchstück:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
vrakdel Bruchstück
vrakgods Bruchstück

Synoniemen voor "Bruchstück":


Wiktionary: Bruchstück


Cross Translation:
FromToVia
Bruchstück bit; rester; brottstycken; citat bribe — Petit, insignifiant morceau de pain.