Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Augapfel:
  2. Augäpfel:
  3. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Augapfel (Duits) in het Zweeds

Augapfel:

Augapfel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Augapfel (Stern; Hätschelkind)
    ögonsten
  2. der Augapfel
    ögonglob
  3. der Augapfel (Schützling)
    skyddsling; protegé

Vertaal Matrix voor Augapfel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
protegé Augapfel; Schützling
skyddsling Augapfel; Schützling
ögonglob Augapfel
ögonsten Augapfel; Hätschelkind; Stern Augäpfel

Wiktionary: Augapfel

Augapfel
noun
  1. übertragen: das Liebste, was man hat
  2. kugelförmiger, wesentlicher Teil des Auges, der in der Augenhöhle sitzt

Cross Translation:
FromToVia
Augapfel ögonsten ↔ apple of someone's eye — favourite, a particular preference, or a loved one
Augapfel ögonglob eyeball — ball of the eye
Augapfel ögonsten oogappel — een oogbol

Augäpfel:

Augäpfel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Augäpfel
    ögonglober
  2. der Augäpfel
    ögonsten; dom kära

Vertaal Matrix voor Augäpfel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dom kära Augäpfel
ögonglober Augäpfel
ögonsten Augäpfel Augapfel; Hätschelkind; Stern