Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. individuell:
  2. Wiktionary:
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. individuell:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor individuell (Duits) in het Zweeds

individuell:

individuell bijvoeglijk naamwoord

  1. individuell (einzeln)
    individuellt; individuell

Vertaal Matrix voor individuell:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
individuell einzeln; individuell persönlich
individuellt einzeln; individuell persönlich

Synoniemen voor "individuell":


Wiktionary: individuell

individuell
adjective
  1. Prägung der Persönlichkeit, die Individualität betreffend
  2. auf das Individuum, den einzelnen Menschen bezogen (auch übertragen zu anderen Gegenständen)

Cross Translation:
FromToVia
individuell individuell individual — intended for a single person
individuell enskild individual — relating to a single person or thing



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor individuell (Zweeds) in het Duits

individuell:

individuell bijvoeglijk naamwoord

  1. individuell (individuellt; personligt)
    persönlich
  2. individuell (individuellt)
    individuell; einzeln

Vertaal Matrix voor individuell:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
einzeln individuell; individuellt isolerad; per styck; stå ensam
individuell individuell; individuellt
persönlich individuell; individuellt; personligt personlig; personligen; personligt; privat; på egen hand

Synoniemen voor "individuell":


Wiktionary: individuell

individuell
adjective
  1. Prägung der Persönlichkeit, die Individualität betreffend
  2. auf das Individuum, den einzelnen Menschen bezogen (auch übertragen zu anderen Gegenständen)

Cross Translation:
FromToVia
individuell individuell individual — intended for a single person