Overzicht
Engels naar Duits:   Meer gegevens...
  1. winner:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor winner (Engels) in het Duits

winner:

winner [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the winner (victor)
    der Gewinner; der Preisträger; der Sieger
  2. the winner (hit; smasher; smash hit; smash)
    der Klapper; der Hit
    • Klapper [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Hit [der ~] zelfstandig naamwoord
  3. the winner (triumphator; conqueror; victor)
    der Sieger; der Triumphator; der Gewinner; der Eroberer
  4. the winner (goal; hit)
    Tor; der Treffer
    • Tor [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Treffer [der ~] zelfstandig naamwoord
  5. the winner (hit; sure card)
    der Schlager; der Treffer; der Hit
    • Schlager [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Treffer [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Hit [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor winner:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Eroberer conqueror; triumphator; victor; winner conqueror
Gewinner conqueror; triumphator; victor; winner
Hit hit; smash; smash hit; smasher; sure card; winner bestseller; box-office success; chance; chart topper; cracker; fortunate; good luck; hit
Klapper hit; smash; smash hit; smasher; winner applauder; clacker; clapper; clatter; cracker; fire-cracker; rattle; tattler; tongue
Preisträger victor; winner victors; winners
Schlager hit; sure card; winner bestseller; bestsellers; box-office success; chart topper; cracker; crackers; hit; hits; song-hits; tops
Sieger conqueror; triumphator; victor; winner conqueror; victors; winners
Tor goal; hit; winner Simple Simon; big door; birdbrain; court jester; dumbo; entrance gate; fool; gate; gateway; goal; idiot; imbecile; loony; lunatic; madcap; madman; madwoman; maniac; mental patient; mentally disturbed person; mentally ill person; numbskull; nut; nutcase; rattle-brain; silly man; simple mind; simpleton
Treffer goal; hit; sure card; winner bestseller; bit of good luck; bit of luck; box-office success; chance; chart topper; cracker; godsend; hit; piece of good luck; piece of luck; pleasant surprise; stroke of luck; windfall
Triumphator conqueror; triumphator; victor; winner conqueror
- achiever; succeeder; success; victor

Verwante woorden van "winner":


Synoniemen voor "winner":


Antoniemen van "winner":


Verwante definities voor "winner":

  1. a person with a record of successes1
    • only winners need apply1
  2. a gambler who wins a bet1
  3. the contestant who wins the contest1

Wiktionary: winner

winner
noun
  1. one who has won or often wins
winner
noun
  1. weibliche Person, die einen Sieg erringt; weibliche Person, die einen Kampf oder Wettkampf gewinnt oder gewonnen hat
  2. jemand, der einen Sieg erringt; jemand, der einen Kampf oder Wettkampf gewinnt oder gewonnen hat
  3. Person oder Institution, welche einen Preis in Form von Geld oder anderen Wertgegenstand aus einer Lotterie oder einem anderen Spiel erhält
  4. Person oder Institution, welche einen Wettkampf oder Wettstreit als Beste bestanden hat

Cross Translation:
FromToVia
winner Gewinner; Sieger winnaar — degene die een strijd of wedstrijd in zijn voordeel beslist

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van winner