Overzicht
Engels naar Duits:   Meer gegevens...
  1. churchgoing:


Engels

Uitgebreide vertaling voor churchgoing (Engels) in het Duits

churchgoing:

churchgoing bijvoeglijk naamwoord

  1. churchgoing
    kirchlich; fromm; gläubig; geistlich; gottesfürchtig

Vertaal Matrix voor churchgoing:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fromm churchgoing God-fearing; devout; edifying; godly; pious; religious; reverent; spiritual
geistlich churchgoing God-fearing; devout; intellectual; mental; pastoral; pious; psychic; psychological; religious; spiritual
gläubig churchgoing God-fearing; devout; godly; pious; religious; reverent; spiritual
gottesfürchtig churchgoing God-fearing; devout; godly; pious; religious; reverent; spiritual
kirchlich churchgoing Christian; God-fearing; devout; pious; religious; spiritual

Synoniemen voor "churchgoing":


Verwante definities voor "churchgoing":

  1. actively practicing a religion1