Engels

Uitgebreide synoniemen voor informer in het Engels

informer:

informer [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the informer
    the informant; the informer
  2. the informer
    the rapporteur; the commentator; the reporter; the informant; the publicist; the informer
  3. the informer
    the representative; the spokesman; the spokesperson; the informant; the spokeswoman; the Speaker; the informer; the rapporteur; the mouthpiece
  4. the informer
    the squealer; the tell-tale; the squeaker; the informer
  5. the informer
    the squeaker; the tell-tale; the informer
  6. the informer
    the snooper; the informer
    • snooper [the ~] zelfstandig naamwoord
    • informer [the ~] zelfstandig naamwoord
  7. the informer
    the informer; the police spy; the spy
    • informer [the ~] zelfstandig naamwoord
    • police spy [the ~] zelfstandig naamwoord
    • spy [the ~] zelfstandig naamwoord
  8. the informer
    the informer; the snooper; the female informer
  9. the informer
    – one who reveals confidential information in return for money 1
    the rat; the informer; the betrayer; the squealer; the blabber
    – one who reveals confidential information in return for money 1
    • rat [the ~] zelfstandig naamwoord
    • informer [the ~] zelfstandig naamwoord
    • betrayer [the ~] zelfstandig naamwoord
    • squealer [the ~] zelfstandig naamwoord
    • blabber [the ~] zelfstandig naamwoord

informer

  1. informer
  2. informer

Alternatieve synoniemen voor "informer":


Verwante definities voor "informer":

  1. one who reveals confidential information in return for money1

Verwante synoniemen voor informer