Overzicht


Engels

Uitgebreide synoniemen voor three in het Engels

three:

three [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the three
    the three; the triplet; the trio; the set of three
    • three [the ~] zelfstandig naamwoord
    • triplet [the ~] zelfstandig naamwoord
    • trio [the ~] zelfstandig naamwoord
    • set of three [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. the three
    – one of four playing cards in a deck having three pips 1
    the three; the trey
    – one of four playing cards in a deck having three pips 1
    • three [the ~] zelfstandig naamwoord
    • trey [the ~] zelfstandig naamwoord
  3. the three
    – the cardinal number that is the sum of one and one and one 1
    the three; the leash; the triad; the trio; the troika; the III; the trinity; the tierce; the ternary; the 3; the trine; the threesome
    – the cardinal number that is the sum of one and one and one 1
    • three [the ~] zelfstandig naamwoord
    • leash [the ~] zelfstandig naamwoord
    • triad [the ~] zelfstandig naamwoord
    • trio [the ~] zelfstandig naamwoord
    • troika [the ~] zelfstandig naamwoord
    • III [the ~] zelfstandig naamwoord
    • trinity [the ~] zelfstandig naamwoord
    • tierce [the ~] zelfstandig naamwoord
    • ternary [the ~] zelfstandig naamwoord
    • 3 [the ~] zelfstandig naamwoord
    • trine [the ~] zelfstandig naamwoord
    • threesome [the ~] zelfstandig naamwoord

three bijvoeglijk naamwoord

  1. three
    – being one more than two 1
    three; iii; 3
    – being one more than two 1
    • three bijvoeglijk naamwoord
    • iii bijvoeglijk naamwoord
    • 3 bijvoeglijk naamwoord

Verwante woorden van "three":

  • threes

Alternatieve synoniemen voor "three":


Verwante definities voor "three":

  1. being one more than two1
  2. one of four playing cards in a deck having three pips1
  3. the cardinal number that is the sum of one and one and one1

Verwante synoniemen voor three