Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. circus:
  2. Wiktionary:
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. circus:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor circus (Engels) in het Nederlands

circus:

circus [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the circus
    de circus
    • circus [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. the circus (cycling track; velodrome; ring; bicycle track)
    de piste; de wielerbaan
    • piste [de ~] zelfstandig naamwoord
    • wielerbaan [de ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor circus:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
circus circus
piste bicycle track; circus; cycling track; ring; velodrome
wielerbaan bicycle track; circus; cycling track; ring; velodrome
- carnival
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- circus performance

Verwante woorden van "circus":

  • circuses

Synoniemen voor "circus":


Verwante definities voor "circus":

  1. a performance given by a traveling company of acrobats, clowns, and trained animals1
    • the children always love to go to the circus1
  2. a frenetic disorganized (and often comic) disturbance suggestive of a large public entertainment1
    • it was so funny it was a circus1
  3. an arena consisting of an oval or circular area enclosed by tiers of seats and usually covered by a tent1
    • they used the elephants to help put up the circus1
  4. (antiquity) an open-air stadium for chariot races and gladiatorial games1
  5. a travelling company of entertainers; including trained animals1
    • he ran away from home to join the circus1

Wiktionary: circus

circus
noun
  1. company that travels
circus
noun
  1. attractie in een circustent waar artiesten van allerlei aard hun kunsten en behendigheden vertonen

Cross Translation:
FromToVia
circus plaats; plein Platz — weitläufige, offene Fläche, die als Betätigungs-,Veranstaltungs-, Erholungs- oder Versammlungsort dient
circus circus Zirkus — großes Zelt oder Gebäude, in dem Tierdressuren u. a. gezeigt werden

Circus:


Vertaal Matrix voor Circus:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- genus Circus

Verwante definities voor "Circus":

  1. a genus of haws comprising the harriers1

Verwante vertalingen van circus



Nederlands

Uitgebreide vertaling voor circus (Nederlands) in het Engels

circus:

circus [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de circus
    the circus
    • circus [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor circus:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
circus circus piste; wielerbaan

Verwante woorden van "circus":

  • circussen

Wiktionary: circus

circus
noun
  1. attractie in een circustent waar artiesten van allerlei aard hun kunsten en behendigheden vertonen
circus
noun
  1. company that travels

Cross Translation:
FromToVia
circus circus Zirkus — großes Zelt oder Gebäude, in dem Tierdressuren u. a. gezeigt werden