Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. duty:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor duty (Engels) in het Nederlands


duty [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the duty
    de plicht
    • plicht [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. the duty (tariff; rate; levy)
    – a government tax on imports or exports 1
    het tarief
    • tarief [het ~] zelfstandig naamwoord
  3. the duty (tariff)
    – a government tax on imports or exports 1
    het toltarief

Vertaal Matrix voor duty:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
plicht duty
tarief duty; levy; rate; tariff
toltarief duty; tariff
- obligation; responsibility; tariff
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- attendance; fúnction; imposition; obligation; service; task; tax; work

Verwante woorden van "duty":

Synoniemen voor "duty":

Verwante definities voor "duty":

  1. work that you are obliged to perform for moral or legal reasons1
    • the duties of the job1
  2. the social force that binds you to the courses of action demanded by that force1
    • we must instill a sense of duty in our children1
    • every right implies a responsibility; every opportunity, an obligation; every possession, a duty1
  3. a government tax on imports or exports1
    • they signed a treaty to lower duties on trade between their countries1

Wiktionary: duty

  1. tax; tariff
  2. period of time
  3. that which one is morally or legally obligated to do
  1. een taak die men op zich genomen heeft of opgelegd heeft gekregen

Cross Translation:
duty moeten devoir — Avoir à payer une somme d’argent, à rendre ou à donner quelque chose que ce soit.
duty plicht; huiswerk devoir — Ce à quoi on est obliger par la raison, par la morale, par la loi, par sa condition, par la bienséance, etc.

Verwante vertalingen van duty