Uitgebreide vertaling voor personification (Engels) in het Nederlands


personification [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the personification
    de personificatie
  2. the personification (embodiment; incarnation)
    de verpersoonlijking; de belichaming; de vleeswording
  3. the personification (growing up; embodiment; incarnation)
    volwassen worden; de menswording
  4. the personification (incarnation)
    de incarnatie

Vertaal Matrix voor personification:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
belichaming embodiment; incarnation; personification
incarnatie incarnation; personification
menswording embodiment; growing up; incarnation; personification
personificatie personification
verpersoonlijking embodiment; incarnation; personification
vleeswording embodiment; incarnation; personification
volwassen worden embodiment; growing up; incarnation; personification
- incarnation; prosopopoeia
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
volwassen worden develop; grow; increase

Verwante woorden van "personification":

Synoniemen voor "personification":

Verwante definities voor "personification":

  1. the act of attributing human characteristics to abstract ideas etc.1
  2. representing an abstract quality or idea as a person or creature1
  3. a person who represents an abstract quality1
    • she is the personification of optimism1

Wiktionary: personification

  1. person, thing or name typifying a certain quality or idea

Cross Translation:
personification personificatie Personifikation — Repräsentation von Tieren, Pflanzen, Naturgewalten, Gegenständen, toten Personen oder abstrakten Wesenheiten durch menschliche Gestalten

personification vorm van personify:

to personify werkwoord (personifies, personified, personifying)

  1. to personify (represent; portray; interpret; impersonate)
    verpersonificeren; uitbeelden; verbeelden; vertolken
    • verpersonificeren werkwoord
    • uitbeelden werkwoord (beeld uit, beeldt uit, beeldde uit, beeldden uit, uitgebeeld)
    • verbeelden werkwoord (verbeeld, verbeeldt, verbeeldde, verbeeldden, verbeeld)
    • vertolken werkwoord (vertolk, vertolkt, vertolkte, vertolkten, vertolkt)
  2. to personify
    personificeren; personifiëren; verpersoonlijken
    • personificeren werkwoord (personificeer, personificeert, personificeerde, personificeerden, gepersonificeerd)
    • personifiëren werkwoord (personifiëer, personifiëert, personifiëerde, personifiëerden, gepersonifiëerd)
    • verpersoonlijken werkwoord (verpersoonlijk, verpersoonlijkt, verpersoonlijkte, verpersoonlijkten, verpersoonlijkt)
  3. to personify (embody; epitomize; epitomise)
    belichamen; verpersoonlijken
    • belichamen werkwoord (belichaam, belichaamt, belichaamde, belichaamden, belichaamd)
    • verpersoonlijken werkwoord (verpersoonlijk, verpersoonlijkt, verpersoonlijkte, verpersoonlijkten, verpersoonlijkt)

Conjugations for personify:

  1. personify
  2. personify
  3. personifies
  4. personify
  5. personify
  6. personify
simple past
  1. personified
  2. personified
  3. personified
  4. personified
  5. personified
  6. personified
present perfect
  1. have personified
  2. have personified
  3. has personified
  4. have personified
  5. have personified
  6. have personified
past continuous
  1. was personifying
  2. were personifying
  3. was personifying
  4. were personifying
  5. were personifying
  6. were personifying
  1. shall personify
  2. will personify
  3. will personify
  4. shall personify
  5. will personify
  6. will personify
continuous present
  1. am personifying
  2. are personifying
  3. is personifying
  4. are personifying
  5. are personifying
  6. are personifying
  1. be personified
  2. be personified
  3. be personified
  4. be personified
  5. be personified
  6. be personified
  1. personify!
  2. let's personify!
  3. personified
  4. personifying
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor personify:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
belichamen embody; epitomise; epitomize; personify
personificeren personify
personifiëren personify
uitbeelden impersonate; interpret; personify; portray; represent
verbeelden impersonate; interpret; personify; portray; represent
verpersonificeren impersonate; interpret; personify; portray; represent
verpersoonlijken embody; epitomise; epitomize; personify
vertolken impersonate; interpret; personify; portray; represent express; express oneself; give expression to; impersonate; interpret; render; reveal oneself; speak; talk; transcribe; translate; utter; ventilate
- be; body; embody; personate

Verwante woorden van "personify":

Synoniemen voor "personify":

Verwante definities voor "personify":

  1. attribute human qualities to something1
  2. represent, as of a character on stage1
  3. invest with or as with a body; give body to1