Engels

Uitgebreide vertaling voor achievement (Engels) in het Nederlands

achievement:

achievement [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the achievement
    de prestatie; de verrichting; grote daad
  2. the achievement (tour de force; stunt)
    de prestatie; de toer; de krachttoer; de stunt
    • prestatie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • toer [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • krachttoer [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • stunt [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. the achievement (attainment)
    de verworvenheid

Vertaal Matrix voor achievement:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
grote daad achievement
krachttoer achievement; stunt; tour de force feat of strength; labour of Hercules
prestatie achievement; stunt; tour de force performance
stunt achievement; stunt; tour de force feat of strength; masterpiece; stunt; tour de force
toer achievement; stunt; tour de force drive; excursion; expedition; handiness; hike; hiking tour; journey; making one's round; march; orbit; outing; revolution; tour; tour of inspection; trip; voyage
verrichting achievement execution; medical surgery; operation; performance
verworvenheid achievement; attainment
- accomplishment
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- exploit; feat

Verwante woorden van "achievement":


Synoniemen voor "achievement":


Verwante definities voor "achievement":

  1. the action of accomplishing something1

Wiktionary: achievement

achievement
noun
  1. a reward in video games
  2. great or heroic deed
  3. act of achieving or performing
achievement
noun
  1. resultaat van een actie (die vaak met enige moeite gepaard gaat)

Cross Translation:
FromToVia
achievement succes; welslagen; gevolg; uitvloeisel; voortvloeisel; afloop; resultaat; uitkomst; consequentie; eindresultaat aboutissement — Action d’aboutir.
achievement inlossing; naleving; uitvoering; vervulling; voltrekking accomplissementaction d’accomplir ou résultat de cette action.
achievement arbeid; emplooi; werk; karwei; prestatie ouvrage — Travail : Action de travailler, ce qui est produit par l’ouvrier ou résultat d’un travail (Sens général)
achievement succes; welslagen succès — Ce qui arriver à quelqu’un de conforme au but qu’il se proposer dans une affaire, dans une entreprise, dans un travail.

achieve:

to achieve werkwoord (achieves, achieved, achieving)

  1. to achieve (achieve something; perform; succeed)
    presteren; een prestatie leveren
  2. to achieve (accomplish; bring about; attain)
    – to gain with effort 1
    totstandbrengen
    • totstandbrengen werkwoord (breng totstand, brengt totstand, bracht totstand, brachten totstand, totstandgebracht)

Conjugations for achieve:

present
  1. achieve
  2. achieve
  3. achieves
  4. achieve
  5. achieve
  6. achieve
simple past
  1. achieved
  2. achieved
  3. achieved
  4. achieved
  5. achieved
  6. achieved
present perfect
  1. have achieved
  2. have achieved
  3. has achieved
  4. have achieved
  5. have achieved
  6. have achieved
past continuous
  1. was achieving
  2. were achieving
  3. was achieving
  4. were achieving
  5. were achieving
  6. were achieving
future
  1. shall achieve
  2. will achieve
  3. will achieve
  4. shall achieve
  5. will achieve
  6. will achieve
continuous present
  1. am achieving
  2. are achieving
  3. is achieving
  4. are achieving
  5. are achieving
  6. are achieving
subjunctive
  1. be achieved
  2. be achieved
  3. be achieved
  4. be achieved
  5. be achieved
  6. be achieved
diverse
  1. achieve!
  2. let's achieve!
  3. achieved
  4. achieving
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor achieve:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
een prestatie leveren achieve; achieve something; perform; succeed
presteren achieve; achieve something; perform; succeed
totstandbrengen accomplish; achieve; attain; bring about
- accomplish; attain; reach
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- accomplish; attain; perform

Verwante woorden van "achieve":


Synoniemen voor "achieve":


Verwante definities voor "achieve":

  1. to gain with effort1
    • she achieved her goal despite setbacks1

Wiktionary: achieve

achieve
verb
  1. to obtain, or gain as the result of exertion
  2. to carry out successfully; to accomplish
achieve
verb
  1. een bepaald doel verwezenlijken

Cross Translation:
FromToVia
achieve ontvangen erhalten — (transitiv) etwas bekommen
achieve bereiken erreichen — zu einem Ziel gelangen; seine Wünsche durchsetzen
achieve bereiken; behalen erzielen — etwas anvisiert (Angestrebtes) erreichen
achieve resulteren; uitkomen; volgen; voortkomen; voortspruiten; voortvloeien; belenden; grenzen aan; besturen; brengen; leiden; geleiden; voeren; uitgaan; uitlopen; uitstappen; uitstijgen; uittreden; bereiken; behalen; inhalen; reiken tot; leiden tot; uitdraaien op; uitlopen op aboutirtoucher par un bout.
achieve nakomen; naleven; uitvoeren; verrichten; vervullen; voltrekken accomplirachever entièrement.
achieve halen; inslaan; raken; teisteren; treffen; bereiken; behalen; inhalen; reiken tot atteindretoucher de loin au moyen d’un projectile.
achieve klaren; volbrengen; voltooien confectionnerexécuter jusqu’à complet achèvement.
achieve halen; inslaan; raken; teisteren; treffen; doorkomen; klaarspelen; slagen; slagen voor; bereiken; behalen; inhalen; reiken tot parvenir — Arriver à un point donné à la suite d’un déplacement. (Sens général)
achieve bewerkstelligen; realiseren; verwerkelijken; uitvoeren; nakomen; naleven; verrichten; vervullen; voltrekken; doorvoeren; tot stand brengen; verwezenlijken réaliser — construire

Verwante vertalingen van achievement