Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. brace:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor brace (Engels) in het Nederlands


brace [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the brace (accolade)
    de accolade
    • accolade [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  2. the brace (gimlet)
    het boortje; kleine boor
  3. the brace (clamp; lock)
    de klamp; koeklauw
    • klamp [de ~] zelfstandig naamwoord
    • koeklauw [znw.] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor brace:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
accolade accolade; brace
boortje brace; gimlet
klamp brace; clamp; lock header course; pile; rick; stack
kleine boor brace; gimlet
koeklauw brace; clamp; lock
- bitstock; braces; bracing; gallus; orthodontic braces; pair; suspender
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- arouse; energise; energize; perk up; poise; stabilise; stabilize; steady; stimulate
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- post; steel

Verwante woorden van "brace":

Synoniemen voor "brace":

Antoniemen van "brace":

  • de-energise; de-energize; sedate

Verwante definities voor "brace":

  1. a structural member used to stiffen a framework1
  2. a carpenter's tool having a crank handle for turning and a socket to hold a bit for boring1
  3. an appliance that corrects dental irregularities1
  4. a support that steadies or strengthens something else1
    • he wore a brace on his knee1
  5. elastic straps that hold trousers up (usually used in the plural)1
  6. a rope on a square-rigged ship that is used to swing a yard about and secure it1
  7. either of two punctuation marks ({ or }) used to enclose textual material1
  8. a set of two similar things considered as a unit1
  9. cause to be alert and energetic1
  10. support by bracing1
  11. support or hold steady and make steadfast, with or as if with a brace1
    • brace your elbows while working on the potter's wheel1
  12. prepare (oneself) for something unpleasant or difficult1

Wiktionary: brace

  1. scheepvaart|nld een lijn verbonden aan het uiteinde van een ra met als doel de ra ten opzichte van de wind te kunnen draaien

Cross Translation:
brace bretel Hosenträger — dehnbare Träger, die über die Schultern geführt werden und am Hosenbund befestigt sind, um das Herunterrutschen der Hose zu verhindern
brace accolade accolade — Action d’embrasser en mettant les bras autour du cou.
brace handboor vilebrequin — Manivelle porte-foret

Verwante vertalingen van brace