Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. casserole:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor casserole (Engels) in het Nederlands

casserole:

casserole [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the casserole (baking dish; dish)
    de ovenschaal; de schaal
  2. the casserole (cooking-pot; pot; stewpan; )
    de kookpot; de pot
    • kookpot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • pot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. the casserole
    de stoofpan
  4. the casserole
    de stoofschotel

Vertaal Matrix voor casserole:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kookpot casserole; chamber pot; cooking-pot; pot; saucepan; stew-pan; stewing-pan; stewpan
ovenschaal baking dish; casserole; dish
pot casserole; chamber pot; cooking-pot; pot; saucepan; stew-pan; stewing-pan; stewpan barrel; bucket; butt; cash for playing; cask; competition; contest; dike; drum; dyke; game; hold; lesbian; match; pail; pan; play; pool; pot; set; stakes; tub; vat; vessel; wee-wee
schaal baking dish; casserole; dish dish; hull; husk; platter; scale; shell
stoofpan casserole
stoofschotel casserole

Verwante woorden van "casserole":


Synoniemen voor "casserole":


Verwante definities voor "casserole":

  1. large deep dish in which food can be cooked and served1
  2. food cooked and served in a casserole1

Wiktionary: casserole

casserole
noun
  1. pan met dikke wand, die geschikt is om er vlees enz. in te braden
  2. huishouden|nld kookkunst|nld kleine kookpan met een steel (niet meer dan 1,5 liter)

Cross Translation:
FromToVia
casserole soufflé; ovenschotel Auflauf — im Ofen überbackenes Gericht
casserole braadpan; steelpan; kastrol; kasserol casserole — Ustensile de cuisine à fond plat et à bords haut.
casserole soepketel marmiterécipient de terre ou de métal, où l’on fait ordinairement cuire les viandes dont le bouillon sert à faire le potage.