Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. chemist:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor chemist (Engels) in het Nederlands

chemist:

chemist [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the chemist (pharmacist)
    de drogist
    • drogist [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. the chemist (pharmacist)
    de apotheker
  3. the chemist (analyst)
    de chemicus; de scheikundige

Vertaal Matrix voor chemist:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
apotheker chemist; pharmacist pharmacist
chemicus analyst; chemist
drogist chemist; pharmacist
scheikundige analyst; chemist
- apothecary; druggist; pharmacist; pill pusher; pill roller

Verwante woorden van "chemist":


Synoniemen voor "chemist":

  • scientist; man of science
  • pharmacist; druggist; apothecary; pill pusher; pill roller; health professional; health care provider; caregiver

Verwante definities voor "chemist":

  1. a scientist who specializes in chemistry1
  2. a health professional trained in the art of preparing and dispensing drugs1

Wiktionary: chemist

chemist
noun
  1. person working in chemistry
chemist
noun
  1. beroep|nld een wetenschapper die de chemie beoefent
  2. beroep|nld scheikunde|nld een wetenschapper die de scheikunde beoefent

Cross Translation:
FromToVia
chemist apotheker; farmaceut apothicaire — (vieilli) Celui qui préparer et vendre des médicaments.
chemist chemicus; scheikundige chimiste — chimie|fr Celui, celle qui s’occuper de chimie.
chemist apotheker; farmaceut pharmacien — Celui, celle qui exercer la pharmacie.

Verwante vertalingen van chemist