Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. dish:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor dish (Engels) in het Nederlands


dish [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the dish (course; fare; food)
    het gerecht; de schotel
    • gerecht [het ~] zelfstandig naamwoord
    • schotel [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. the dish (platter)
    de schaal; het schaaltje
    • schaal [de ~] zelfstandig naamwoord
    • schaaltje [het ~] zelfstandig naamwoord
  3. the dish (meal; course)
    de maaltijd; het maal
    – keer per dag dat je voedsel eet 1
    • maaltijd [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
      • hoe laat gebruiken jullie de warme maaltijd?1
    • maal [het ~] zelfstandig naamwoord
      • ze bereidde een heerlijk maal voor ons1
    het eten
    – wat je bij de maaltijd tot je neemt 1
    • eten [het ~] zelfstandig naamwoord
      • het eten is koud1
    het diner
    • diner [het ~] zelfstandig naamwoord
  4. the dish (baking dish; casserole)
    de ovenschaal; de schaal
  5. the dish (saucer; platter)
    het schoteltje

Vertaal Matrix voor dish:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
diner course; dish; meal dinner; evening meal; meal; supper
eten course; dish; meal feeding; food; nourishment; nutrition
gerecht course; dish; fare; food court; court of justice; court of law; court-house; law court; tribunal
maal course; dish; meal time
maaltijd course; dish; meal
ovenschaal baking dish; casserole; dish
schaal baking dish; casserole; dish; platter hull; husk; scale; shell
schaaltje dish; platter
schotel course; dish; fare; food
schoteltje dish; platter; saucer
- bag; cup of tea; dish aerial; dish antenna; dishful; saucer
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
eten consume; dine; dispatch; eat; eat heartily; eat hungrily; eat up; grab a bite; have a meal; have dinner; have something to eat; having a good feed; munch; nibble; nybble; work inside
- dish out; dish up; serve; serve up

Verwante woorden van "dish":

Synoniemen voor "dish":

Verwante definities voor "dish":

  1. an activity that you like or at which you are superior2
    • marriage was scarcely his dish2
  2. a piece of dishware normally used as a container for holding or serving food2
    • we gave them a set of dishes for a wedding present2
  3. directional antenna consisting of a parabolic reflector for microwave or radio frequency radiation2
  4. a particular item of prepared food2
    • she prepared a special dish for dinner2
  5. the quantity that a dish will hold2
    • they served me a dish of rice2
  6. make concave; shape like a dish2
  7. provide (usually but not necessarily food)2
    • She dished out the soup at 8 P.M.2

Wiktionary: dish

  1. slang: sexually attractive person
  2. tableware to be/being washed
  3. specific type of food
  4. contents of such a vessel
  5. vessel for holding/serving food
  1. een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
  2. ronde schaal
  3. wat opgediend wordt, gerecht

Cross Translation:
dish gerecht GerichtSpeise
dish schaal; schotel platpièce de vaisselle, à fond plat destinée à contenir les mets qu’on servir sur la table.

Verwante vertalingen van dish