Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. fuzz:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor fuzz (Engels) in het Nederlands


fuzz [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the fuzz (rumpus; huzza; mess; )
    de heisa; de toestand
    • heisa [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • toestand [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor fuzz:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
heisa ado; bother; fuzz; huzza; mess; rumpus; to-do bustle; commotion; din; fuss; hubbub
toestand ado; bother; fuzz; huzza; mess; rumpus; to-do condition; position; situation; state
- blur; bull; cop; copper; hair; pig; tomentum
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
toestand state

Verwante woorden van "fuzz":

  • fuzzes

Synoniemen voor "fuzz":

Verwante definities voor "fuzz":

  1. the first beard of an adolescent boy1
  2. a hazy or indistinct representation1
    • he tried to clear his head of the whisky fuzz1
  3. uncomplimentary terms for a police officer1
  4. filamentous hairlike growth on a plant1
    • peach fuzz1

Wiktionary: fuzz

Cross Translation:
fuzz smeris flic — Policier