Engels

Uitgebreide vertaling voor get lost (Engels) in het Nederlands

get lost:

to get lost werkwoord (gets lost, got lost, getting lost)

  1. to get lost (lose; fall through)
    verliezen; kwijtraken; wegraken; erbij inschieten; verloren gaan
    • verliezen werkwoord (verlies, verliest, verloor, verloren, verloren)
    • kwijtraken werkwoord (raak kwijt, raakt kwijt, raakte kwijt, raakten kwijt, kwijt geraakt)
    • wegraken werkwoord (raak weg, raakt weg, raakte weg, raakten weg, weggeraakt)
    • erbij inschieten werkwoord
    • verloren gaan werkwoord (ga verloren, gaat verloren, ging verloren, gingen verloren, verloren gegaan)
  2. to get lost (go astray)
    verdwalen; verkeerd gaan; verkeerd lopen; de weg kwijtraken
    • verdwalen werkwoord (verdwaal, verdwaalt, verdwaalde, verdwaalden, verdwaald)
    • verkeerd gaan werkwoord
    • verkeerd lopen werkwoord (loop verkeerd, loopt verkeerd, liep verkeerd, liepen verkeerd, verkeerd gelopen)
    • de weg kwijtraken werkwoord (raak de weg kwijt, raakt de weg kwijt, raakte de weg kwijt, raakten de weg kwijt, de weg kwijtgeraakt)
  3. to get lost (beat it; go to hell)
    opflikkeren; oprotten
    • opflikkeren werkwoord (flikker op, flikkert op, flikkerde op, flikkerden op, opgeflikkerd)
    • oprotten werkwoord
  4. to get lost
    dood kunnen vallen; bekijken
  5. to get lost
  6. to get lost
    zoekraken
  7. to get lost (beat it; bugger off; fuck off; )
    opdonderen; opkrassen; inrukken; oplazeren; ophoepelen
    • opdonderen werkwoord (donder op, dondert op, donderde op, donderden op, opgedonderd)
    • opkrassen werkwoord (kras op, krast op, kraste op, krasten op, opgekrast)
    • inrukken werkwoord (ruk in, rukt in, rukte in, rukten in, ingerukt)
    • oplazeren werkwoord (lazer op, lazert op, lazerde op, lazerden op, opgelazerd)
    • ophoepelen werkwoord (hoepel op, hoepelt op, hoepelde op, hoepelden op, opgehoepeld)

Conjugations for get lost:

present
  1. get lost
  2. get lost
  3. gets lost
  4. get lost
  5. get lost
  6. get lost
simple past
  1. got lost
  2. got lost
  3. got lost
  4. got lost
  5. got lost
  6. got lost
present perfect
  1. have gotten lost
  2. have gotten lost
  3. has gotten lost
  4. have gotten lost
  5. have gotten lost
  6. have gotten lost
past continuous
  1. was getting lost
  2. were getting lost
  3. was getting lost
  4. were getting lost
  5. were getting lost
  6. were getting lost
future
  1. shall get lost
  2. will get lost
  3. will get lost
  4. shall get lost
  5. will get lost
  6. will get lost
continuous present
  1. am getting lost
  2. are getting lost
  3. is getting lost
  4. are getting lost
  5. are getting lost
  6. are getting lost
subjunctive
  1. be gotten lost
  2. be gotten lost
  3. be gotten lost
  4. be gotten lost
  5. be gotten lost
  6. be gotten lost
diverse
  1. get lost!
  2. let's get lost!
  3. gotten lost
  4. getting lost
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

get lost bijvoeglijk naamwoord

  1. get lost (go wrong; break down)
    ongerede

Vertaal Matrix voor get lost:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
inrukken beat it
ophoepelen beat it
verliezen loss
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bekijken get lost attend; become aware of; behold; can drop dead; check; consider; control; examine; inspect; look at; notice; observe; perceive; scrutinise; scrutinize; see; see in; see over; see round; spectate; verify; view; visit; watch; witness
de weg kwijtraken get lost; go astray
dood kunnen vallen get lost
erbij inschieten fall through; get lost; lose
inrukken beat it; bugger off; bugger up; buzz off; clear out; fuck off; get; get lost; get on; go astray; go away; go to hell; move on; pack it; piss off; push off; scram
kwijtraken fall through; get lost; lose
opdonderen beat it; bugger off; bugger up; buzz off; clear out; fuck off; get; get lost; get on; go astray; go away; go to hell; move on; pack it; piss off; push off; scram
opflikkeren beat it; get lost; go to hell
ophoepelen beat it; bugger off; bugger up; buzz off; clear out; fuck off; get; get lost; get on; go astray; go away; go to hell; move on; pack it; piss off; push off; scram
opkrassen beat it; bugger off; bugger up; buzz off; clear out; fuck off; get; get lost; get on; go astray; go away; go to hell; move on; pack it; piss off; push off; scram beat it; skedaddle; split
oplazeren beat it; bugger off; bugger up; buzz off; clear out; fuck off; get; get lost; get on; go astray; go away; go to hell; move on; pack it; piss off; push off; scram
oprotten beat it; get lost; go to hell
verdwalen get lost; go astray
verkeerd gaan get lost; go astray
verkeerd lopen get lost; go astray fail; fall flat; flop; go wrong; lose one's face; meet with disaster
verliezen fall through; get lost; lose lose
verloren gaan fall through; get lost; lose lose
wegraken fall through; get lost; lose conk out; faint; have a fainting fit; swoon
zoek raken get lost
zoekraken get lost
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ongerede break down; get lost; go wrong

Wiktionary: get lost

get lost
interjection
  1. Go away!

Verwante vertalingen van get lost