Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. pivot:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor pivot (Engels) in het Nederlands


pivot [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the pivot (capstan; spindle; windlass)
    de spil; de kaapstander
    • spil [de ~] zelfstandig naamwoord
    • kaapstander [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. the pivot (middle; nucleus; inner)
    middelste; het binnenste
  3. the pivot (nucleus; nexus; central point; )
    het kernpunt
    • kernpunt [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor pivot:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
binnenste inner; middle; nucleus; pivot core; heart; kernel; pith
kaapstander capstan; pivot; spindle; windlass
kernpunt center; central point; centre; hub; nexus; nucleus; pivot
middelste inner; middle; nucleus; pivot
spil capstan; pivot; spindle; windlass
- pin; pivot man
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- swivel
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- swivel
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
binnenste inner; inside; interior; internal; inward

Verwante woorden van "pivot":

  • pivots

Synoniemen voor "pivot":

Verwante definities voor "pivot":

  1. the act of turning on (or as if on) a pivot1
    • the golfer went to the driving range to practice his pivot1
  2. axis consisting of a short shaft that supports something that turns1
  3. the person in a rank around whom the others wheel and maneuver1
  4. turn on a pivot1
  5. To rotate a table-valued expression by turning the unique values from one column in the expression into multiple columns in the output, and perform aggregations where they are required on any remaining column values that are wanted in the final output.2

Wiktionary: pivot

  1. op een steunpunt in het midden ronddraaien
  2. draaien met één voet aan de grond
  1. de as waar iets rond draait

Cross Translation:
pivot draaipen; luns; spil; taats; tap pivotsupport de l’axe autour duquel un corps tourner.

Verwante vertalingen van pivot