Uitgebreide vertaling voor presume (Engels) in het Nederlands


to presume werkwoord (presumes, presumed, presuming)

  1. to presume
    veronderstellen; aannemen; uitgaan van
    • veronderstellen werkwoord (veronderstel, veronderstelt, veronderstelde, veronderstelden, verondersteld)
    • aannemen werkwoord (neem aan, neemt aan, nam aan, namen aan, aangenomen)
    • uitgaan van werkwoord
  2. to presume (suppose; assume)
    ervan uitgaan
    • ervan uitgaan werkwoord (ga ervan uit, gaat ervan uit, ging ervan uit, gingen ervan uit, ervan uitgegaan)
  3. to presume (postulate; surmise; presuppose; suppose)
    vooronderstellen; postuleren
    • vooronderstellen werkwoord (vooronderstel, vooronderstelt, vooronderstelde, vooronderstelden, voorondersteld)
    • postuleren werkwoord (postuleer, postuleert, postuleerde, postuleerden, gepostuleerd)
  4. to presume (conjecture; guess; suppose; )
    raden; gissen; gissing maken
    • raden werkwoord (raad, raadt, ried, rieden, geraden)
    • gissen werkwoord (gis, gist, giste, gisten, gegist)
    • gissing maken werkwoord
  5. presume (suppose)
    – het op grond van bepaalde aanwijzingen denken 1
    • vermoeden werkwoord (vermoed, vermoedt, vermoedde, vermoedden, vermoed)
      • wij vermoeden dat hij boos is1

Conjugations for presume:

  1. presume
  2. presume
  3. presumes
  4. presume
  5. presume
  6. presume
simple past
  1. presumed
  2. presumed
  3. presumed
  4. presumed
  5. presumed
  6. presumed
present perfect
  1. have presumed
  2. have presumed
  3. has presumed
  4. have presumed
  5. have presumed
  6. have presumed
past continuous
  1. was presuming
  2. were presuming
  3. was presuming
  4. were presuming
  5. were presuming
  6. were presuming
  1. shall presume
  2. will presume
  3. will presume
  4. shall presume
  5. will presume
  6. will presume
continuous present
  1. am presuming
  2. are presuming
  3. is presuming
  4. are presuming
  5. are presuming
  6. are presuming
  1. be presumed
  2. be presumed
  3. be presumed
  4. be presumed
  5. be presumed
  6. be presumed
  1. presume!
  2. let's presume!
  3. presumed
  4. presuming
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor presume:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aannemen adoption; presumption; presupposition
vermoeden presuming; presumption; supposition
veronderstellen assuming
vooronderstellen presumption; presupposition
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aannemen presume abide; accept; accept a gift; adopt; believe; believe in; collect; employ; engage; hire; receive; recruit; sign on; take; take on; take possession of
ervan uitgaan assume; presume; suppose
gissen conjecture; estimate; guess; presume; speculate; suppose; surmise
gissing maken conjecture; estimate; guess; presume; speculate; suppose; surmise
postuleren postulate; presume; presuppose; suppose; surmise
raden conjecture; estimate; guess; presume; speculate; suppose; surmise advise; suggest
uitgaan van presume
vermoeden presume; suppose
veronderstellen presume
vooronderstellen postulate; presume; presuppose; suppose; surmise
- assume; dare; make bold; take for granted
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- dare; make so bold as

Verwante woorden van "presume":

Synoniemen voor "presume":

Verwante definities voor "presume":

  1. take liberties or act with too much confidence2
  2. take to be the case or to be true; accept without verification or proof2
  3. constitute reasonable evidence for2
    • A restaurant bill presumes the consumption of food2
  4. take upon oneself; act presumptuously, without permission2

Wiktionary: presume

Cross Translation:
presume aannemen; menen; stellen; vermoeden; veronderstellen supposer — Poser une chose pour établie (sens général)