Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. presupposition:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor presupposition (Engels) in het Nederlands


presupposition [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the presupposition (postulate; premise; posing)
    de vooronderstelling; het postulaat
  2. the presupposition (premise; premiss)
    de premisse; de vooronderstelling
  3. the presupposition (presumption)
    aannemen; vooronderstellen

Vertaal Matrix voor presupposition:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aannemen presumption; presupposition adoption
postulaat posing; postulate; premise; presupposition
premisse premise; premiss; presupposition premise
vooronderstellen presumption; presupposition
vooronderstelling posing; postulate; premise; premiss; presupposition
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aannemen abide; accept; accept a gift; adopt; believe; believe in; collect; employ; engage; hire; presume; receive; recruit; sign on; take; take on; take possession of
vooronderstellen postulate; presume; presuppose; suppose; surmise

Verwante woorden van "presupposition":

  • presuppositions

Synoniemen voor "presupposition":

Verwante definities voor "presupposition":

  1. the act of presupposing; a supposition made prior to having knowledge (as for the purpose of argument)1

Wiktionary: presupposition

  1. assumption, conjecture, speculation or something supposed without proof
  2. act of presupposing