Uitgebreide vertaling voor proof (Engels) in het Nederlands


proof [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the proof (evidence; piece of evidence)
    het bewijs; het bewijsstuk
  2. the proof (evidence; token; piece of evidence; body of evidence)
    het bewijs; het teken; het blijk
    • bewijs [het ~] zelfstandig naamwoord
    • teken [het ~] zelfstandig naamwoord
    • blijk [het ~] zelfstandig naamwoord
  3. the proof
    de proefdruk
  4. the proof
    het bewijs
    • bewijs [het ~] zelfstandig naamwoord
  5. the proof (evidence)
    het bewijsmiddel

proof werkwoord

  1. proof (put to the test; test; try; try s.o.'s mettle)
    op de proef stellen; beproeven

Vertaal Matrix voor proof:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bewijs body of evidence; evidence; piece of evidence; proof; token allegation; certificate; evidence; note; note of remittance; receipt; remittance-note
bewijsmiddel evidence; proof
bewijsstuk evidence; piece of evidence; proof certificate; certificate of proof; charter; deed; document; evidence
blijk body of evidence; evidence; piece of evidence; proof; token
proefdruk proof
teken body of evidence; evidence; piece of evidence; proof; token badge; decoration; evidence; indication; medal; omen; sign; signal; symptom
- cogent evidence; substantiation; test copy; trial impression; validation
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
beproeven proof; put to the test; test; try; try s.o.'s mettle attempt; check; control; endeavor; endeavour; examine; inspect; pretest; strive; test; try; try out; verify
op de proef stellen proof; put to the test; test; try; try s.o.'s mettle
- proofread
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
teken character

Verwante woorden van "proof":

Synoniemen voor "proof":

Verwante definities voor "proof":

  1. (used in combination or as a suffix) able to withstand1
    • temptation-proof1
    • childproof locks1
  2. the act of validating; finding or testing the truth of something1
  3. a trial photographic print from a negative1
  4. any factual evidence that helps to establish the truth of something1
    • if you have any proof for what you say, now is the time to produce it1
  5. (printing) an impression made to check for errors1
  6. a formal series of statements showing that if one thing is true something else necessarily follows from it1
  7. a measure of alcoholic strength expressed as an integer twice the percentage of alcohol present (by volume)1
  8. make resistant (to harm)1
    • proof the materials against shrinking in the dryer1
  9. activate by mixing with water and sometimes sugar or milk1
    • proof yeast1
  10. read for errors1
  11. knead to reach proper lightness1
    • proof dough1
  12. make or take a proof of, such as a photographic negative, an etching, or typeset1

Wiktionary: proof

  1. any effort, process, or operation designed to establish or discover a fact or truth
  1. datgene wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vast (kan) leggen
  2. een stuk waarin iets als waar wordt gesteld

Cross Translation:
proof bewijs Belegallgemein: ein Beweis, ein Nachweis
proof bewijs BeweisLogik: eine nach festgelegten Regeln durchgeführte Ableitung
proof adstructie; bewijs; teken preuve — Traductions à trier suivant le sens
proof bewijs; blijk; teken; merkteken; wenk; adstructie; attest; certificaat; getuigenis; getuigschrift; testimonium; verklaring; getuigenverklaring témoignageaction de témoigner ; rapport d’un ou de plusieurs témoins sur un fait, soit de vive voix, soit par écrit.
proof afdruk épreuve — Feuille d’impression...; Premières feuilles...; Toute estampe tirée après...

Verwante vertalingen van proof