Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. ratification:
  2. ratify:
  3. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor ratification (Engels) in het Nederlands

ratification:

ratification [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the ratification (permission; authorisation; authorization)
    de ratificering; de bekrachtiging
  2. the ratification
    de ratificatie

Vertaal Matrix voor ratification:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bekrachtiging authorisation; authorization; permission; ratification authorisation; authorization; confirmation
ratificatie ratification
ratificering authorisation; authorization; permission; ratification
- confirmation

Verwante woorden van "ratification":


Synoniemen voor "ratification":


Verwante definities voor "ratification":

  1. making something valid by formally ratifying or confirming it1
    • the ratification of the treaty1

Wiktionary: ratification

ratification
noun
  1. -
ratification
noun
  1. officiële bekrachtiging van een internationale overeenkomst

Cross Translation:
FromToVia
ratification sanctie; strafmaatregel sanctionacte par lequel le souverain, le chef du pouvoir exécutif donner à une loi l’approbation, la confirmation qui la rendre exécutoire.

ratification vorm van ratify:

to ratify werkwoord (ratifies, ratified, ratifying)

  1. to ratify (confirm; validate; support; )
    goedkeuren; bevestigen; bekrachtigen; homologeren; bezegelen
    • goedkeuren werkwoord (keur goed, keurt goed, keurde goed, keurden goed, goedgekeurd)
    • bevestigen werkwoord (bevestig, bevestigt, bevestigde, bevestigden, bevestigd)
    • bekrachtigen werkwoord (bekrachtig, bekrachtigt, bekrachtigde, bekrachtigden, bekrachtigd)
    • homologeren werkwoord (homologeer, homologeert, homologeerde, homologeerden, gehomologeerd)
    • bezegelen werkwoord (bezegel, bezegelt, bezegelde, bezegelden, bezegeld)
  2. to ratify (confirm; certify; authenticate; )
    certificeren; bekrachtigen; waarmerken; bestempelen; merken
    • certificeren werkwoord (certificeer, certificeert, certificeerde, certificeerden, gecertificeerd)
    • bekrachtigen werkwoord (bekrachtig, bekrachtigt, bekrachtigde, bekrachtigden, bekrachtigd)
    • waarmerken werkwoord (waarmerk, waarmerkt, waarmerkte, waarmerkten, gewaarmerkt)
    • bestempelen werkwoord (bestempel, bestempelt, bestempelde, bestempelden, bestempeld)
    • merken werkwoord (merk, merkt, merkte, merkten, gemerkt)
  3. to ratify (validate; sanction)
    ratificeren
    • ratificeren werkwoord (ratificeer, ratificeert, ratificeerde, ratificeerden, geratificeerd)

Conjugations for ratify:

present
  1. ratify
  2. ratify
  3. ratifies
  4. ratify
  5. ratify
  6. ratify
simple past
  1. ratified
  2. ratified
  3. ratified
  4. ratified
  5. ratified
  6. ratified
present perfect
  1. have ratified
  2. have ratified
  3. has ratified
  4. have ratified
  5. have ratified
  6. have ratified
past continuous
  1. was ratifying
  2. were ratifying
  3. was ratifying
  4. were ratifying
  5. were ratifying
  6. were ratifying
future
  1. shall ratify
  2. will ratify
  3. will ratify
  4. shall ratify
  5. will ratify
  6. will ratify
continuous present
  1. am ratifying
  2. are ratifying
  3. is ratifying
  4. are ratifying
  5. are ratifying
  6. are ratifying
subjunctive
  1. be ratified
  2. be ratified
  3. be ratified
  4. be ratified
  5. be ratified
  6. be ratified
diverse
  1. ratify!
  2. let's ratify!
  3. ratified
  4. ratifying
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor ratify:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
homologeren homologate
waarmerken hall-mark; stamps; trading stamps
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bekrachtigen assent; authenticate; bear out; certify; confirm; notice; ratify; seal; signal; support; uphold; validate
bestempelen assent; authenticate; certify; confirm; notice; ratify; signal; uphold call; mention; name; stamp one's foot
bevestigen bear out; confirm; ratify; seal; support; uphold; validate affix; assent to; attach; attach to; bind; confirm; connect; endorse; fasten; fix; knot; secure; tie together; tie up
bezegelen bear out; confirm; ratify; seal; support; uphold; validate seal; stamp
certificeren assent; authenticate; certify; confirm; notice; ratify; signal; uphold
goedkeuren bear out; confirm; ratify; seal; support; uphold; validate accept; acknowledge; admit; allow; approve; authorise; authorize; concede; confirm; give one's fiat to; grant; permit; sanction; submit to; tolerate; validate
homologeren bear out; confirm; ratify; seal; support; uphold; validate
merken assent; authenticate; certify; confirm; notice; ratify; signal; uphold attend; brand; check; feel; mark; mark with a cross; notice; observe; perceive; see; sense; signal; tick; witness
ratificeren ratify; sanction; validate
waarmerken assent; authenticate; certify; confirm; notice; ratify; signal; uphold acknowledge viability; hallmark
- sign
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
goedkeuren authorize

Verwante woorden van "ratify":


Synoniemen voor "ratify":


Verwante definities voor "ratify":

  1. approve and express assent, responsibility, or obligation1
    • All parties ratified the peace treaty1

Wiktionary: ratify

ratify
verb
  1. give formal consent to