Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. redundant:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor redundant (Engels) in het Nederlands


redundant bijvoeglijk naamwoord

  1. redundant (needless; unnecessary; superfluous)
    overbodig; onnodig; nodeloos
  2. redundant (supernumerary; surplus)
    boventallig; overcompleet

Vertaal Matrix voor redundant:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
boventallig redundant; supernumerary; surplus
nodeloos needless; redundant; superfluous; unnecessary
onnodig needless; redundant; superfluous; unnecessary
overbodig needless; redundant; superfluous; unnecessary
overcompleet redundant; supernumerary; surplus
- excess; extra; pleonastic; spare; supererogatory; superfluous; supernumerary; surplus; tautologic; tautological

Verwante woorden van "redundant":

  • redundantly

Synoniemen voor "redundant":

Verwante definities voor "redundant":

  1. repetition of same sense in different words1
    • at the risk of being redundant I return to my original proposition1
  2. more than is needed, desired, or required1
    • yet another book on heraldry might be thought redundant1
    • skills made redundant by technological advance1

Wiktionary: redundant

  1. superfluous
  1. wat in te ruime mate aanwezig is